Home
Moslim worden
Vragen van niet moslims
Islam en andere religies
Artikelen
Videos
Flash soerat Alkahf
Presentaties
Over de site
Contact

De Qoer'aan is een plagiaat van de Bijbel

Vraag: Is het niet waar dat de Profeet Mohammed (saws) de Qoer'aan heeft gekopieerd van de Bijbel?

Antwoord:

Veel critici zeggen dat de Profeet Mohammed (saws) zelf niet de schrijver was van de Qoer'aan maar het leerde en /of kopieerde het van andere menselijke bronnen of van vroegere geschriften of openbaringen.

1. MOHAMMED (saws) LEERDE DE QOER'AAN VAN EEN ROMEINSE HOEFSMID, DIE EEN CHRISTEN WAS.

Sommige heidenen beschuldigde de Profeet ervan dat hij de Qoer'aan leerde van een Romeinse hoefsmid, die een Christen was en verbleef in de buitenwijken van Mekka. De Profeet ging vaak bij hem kijken hoe hij zijn werk deed. Een openbaring van de Qoer'aan was genoeg om deze beschuldiging te verwerpen. De Qoer'aan zegt in Soerah An-Nahl, hoofdstuk 16, vers 103:

"En voorzeker, Wij weten dat zij zeggen: 'Voorwaar, het is slechts een mens die hem onderwijst.' De taal van degenen waar zij valselijk naar verwijzen is vreemd, maar dit is een duidelijke Arabische taal" (Qoer'aan 16:103)

Hoe kan een persoon wiens moeders spraak buitenlands was en moeilijk een beetje gebroken Arabisch sprak, de bron zijn van de Qoer'aan, die puur, welsprekend en fijn Arabisch is? Om te geloven dat een hoefsmid de Profeet de Qoer'aan onderwees, is zo ongeveer gelijk aan het geloven dat een Chinese immigrant naar Engeland, die nauwelijks Engels sprak, Shakespeare onderwees.

2. MOHAMMED (SAWS) LEERDE HET VAN WARAQA- EEN FAMILIELID VAN KHADIJAH (RA)

Mohammad's (saws) contacten met de Joodse en de Christelijke geleerden was erg gelimiteerd. De meest prominente Christen die hij kende was een oude blinde man, genaamd Waraqa ibn-Naufal, een familielid van de eerste vrouw van de Profeet, Khadijah (ra). Alhoewel hij van Arabische afkomst was, is hij bekeerd tot het Christendom en was welbekend met het Nieuwe Testament. De Profeet (saws) heeft hem slechts twee keer ontmoet. De eerste keer was toen Waraqa in aanbidding was in de Ka'aba (voor de Profetische missie) en hij kuste liefdevol het voorhoofd van de Profeet (saws). De tweede ontmoeting was toen de Profeet op bezoek ging bij Waraqa nadat hij zijn eerste openbaring had ontvangen. Waraqa stierf drie jaar later, en de openbaringen gingen nog 23 jaar door. Het is dus idioot om aan te nemen dat Waraqa de bron van de inhoud van de Qoer'aan was.

3. DE RELIGIEUZE DISCUSSIE VAN DE PROFEET MET DE JODEN EN DE CHRISTENEN

Het is waar dat de Profeet religieuze discussies had met de Joden en de Christenen, maar ze vonden plaats in Medinah, meer dan 13 jaar nadat de openbaringen van de Qoer'aan waren gestart. De beschuldiging dat deze Joden en Christenen de bron waren is belachelijk, omdat in deze discussies de Profeet (saws) de rol van leraar of een preker vervulde, terwijl hij de anderen aan het uitnodigen was om de Islam te omarmen. En hij zei ook dat zij (de Joden en de Christenen) hun echte leerstellingen van het Monothesme hadden verlaten. Diverse van deze Joden en Christenen bekeerden zich later tot de Islam.

4. DE PROFEET (SAWS) LEERDE DE QOER'AAN VAN DE JODEN EN CHRISTENEN DIE HIJ HAD ONTMOET BUITEN ARABIË.

Alle historische verslagen die er zijn, laten zien dat Mohammed (saws) alleen maar drie reizen heeft gemaakt buiten Arabi, voor zijn Profeetschap:

i. Op de leeftijd van 9 jaar, vergezelde hij zijn moeder naar Medinah

ii Tussen de leeftijd van 9 en 12, vergezelde hij zijn oom Abu-Talib op een zakenreis naar Syri.

iii Op de leeftijd van 25, leidde hij Khadijah's karavaan naar Syri.

Het is toch niet voor te stellen dat de Qoer'aan een resultaat is van de incidentele gesprekken die hij heeft gevoerd met de Christenen of Joden op n van de hierboven vermelde reizen.

5. LOGISCHE ARGUMENTEN DIE BEWIJZEN DAT DE PROFEET DE QOER'AAN NIET HEEFT GELEERD VAN DE JODEN OF CHRISTENEN.

i. Het dagelijkse leven van de Profeet was als een open boek voor iedereen. Er is zelfs een openbaring gekomen om de mensen te vragen, de Profeet wat meer privacy te geven in zijn eigen huis. Als de Profeet mensen zou ontmoeten, die hem zouden leren om te zeggen wat de openbaring van God zou zijn, dan zou dit niet lang geheim kunnen blijven.

ii. De extreem prominente adelen van de Quraish, die de Profeet volgden en de Islam accepteerden waren zeer wijze en intelligente mannen, die makkelijk zouden kunnen opmerken als er iets verdachts zou wezen in de wijze waarop de Profeet (saws) de openbaringen op hun overbracht - en helemaal omdat de openbaringen 23 jaar duurden.

iii. De vijanden van de Profeet hielden hem goed in de gaten, zodat ze een bewijs konden vinden voor hun aantijging dat hij een leugenaar was. Ze konden zelfs niet het kleinste moment naar voren brengen, waarin de Profeet geheime ontmoetingen zou hebben gehad met vooral Joden en Christenen.

iv. Het is ondenkbaar dat elke menselijke auteur van de Qoer'aan de situatie zou hebben geaccepteerd, waarin hij geen lof zou krijgen voor het schrijven van de Qoer'aan.

Dus, historisch en logisch kan het niet worden bewezen dat er een menselijke bron is voor de Qoer'aan.

6. MOHAMMED (SAWS) WAS EEN ANALFABEET

De theorie dat Mohammed (saws) zelf de auteur van Qoer'aan was of hem kopieerde van andere bronnen kan worden ontkracht door het enige historische feit, dat hij een analfabeet was.

Allah getuigt Zelf in de Qoer'aan

In Surah Al-Ankaboet, hoofdstuk 29, vers 48

"En daarvoor heb jij nooit een boek gelezen, en jij hebt nooit iets ervan met je rechterhand geschreven. Anders zouden de ontkenners zeker twijfelen." [Qoer'aan 29:48]

Allah (swt) wist dat er velen zouden twijfelen aan de authenticiteit van de Qoer'aan, en het zouden toeschrijven aan de Profeet Mohammed (saws). Daarom koos Allah, met zijn Goddelijke Wijsheid, een 'Ummi' (analfabeet) om de laatste Profeet te zijn, zodat de twijfelaars niet de minste rechtvaardiging hadden om te twijfelen aan de Profeet. De beschuldigingen van zijn vijanden, dat hij de Qoer'aan had gekopieerd vanuit andere bronnen en het allemaal had vormgegeven in een mooie taal, had enig gewicht kunnen hebben, maar deze kwetsbare valse beschuldiging is een waanbeeld van de ongelovige en de cynicus.

Allah bevestigd in de Qoer'aan in Surah Al-A'raf, hoofdstuk 7, vers 157:

"(Zij zijn) degenen die de Boodschapper van Allah volgen, de ongeletterde Profeet waarover bij hen, in de Taurat en in de Indjiel, geschreven is."

De voorspelling van de komst van de ongeletterde Profeet (saws) staat ook vermeld in de Bijbel, in het boek van Jesajah, hoofstuk 29, vers 12

"Of men geeft het Boek aan hem, die niet lezen kan." [Jesajah, 29:12]

7. DE ARABISCHE VERSIE VAN DE BIJBEL WAS ER NOG NIET

De Arabische versie van de Bijbel was er nog niet in de tijd van de Profeet Mohammed (saws). De eerste Arabische versie van het Oude Testament is dat van R. Saadias Gaon, 900 NC - meer dan 250 jaar na de dood van onze geliefde Profeet. De oudste Arabische versie van het nieuwe testament werd gepubliceerd door Erpenius in 1616 nc - ongeveer 1000 jaar na het overlijden van onze Profeet.

8.DE OVEREENKOMSTEN IN DE QOER'AAN EN DE BIJBEL ZIJN HET GEVOLG VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE BRON.

Overeenkomsten tussen de Qoer'aan en de Bijbel hoeft niet meteen te betekenen dat de latere moet zijn gekopieerd van de eerdere. Eigenlijk geeft dit het bewijs dat beiden zijn gebaseerd op een gemeenschappelijke derde bron; alle goddelijke openbaringen kwamen van dezelfde bron - de Ene Universele God. Wat voor menselijke veranderingen er ook in deze Joodse, Christelijke en andere oudere religieuze geschriften zijn aangebracht, er zijn een aantal plekken onaangetast gebleven van verandering en zijn dus hetzelfde in vele religies.

Het is waar dat er sommige overeenkomsten zijn tussen de Qoer'aan en de Bijbel, maar dit is niet voldoende om Mohammed (saws) ervan te beschuldigen dat hij heeft verzameld of gekopieerd van de Bijbel. Dezelfde logica zou dan ook kunnen gelden voor Christenen en de Joden, en dan zou men dus verkeerd kunnen aannemen dat Jezus (as) niet een oprechte Profeet (God verhoede) zou zijn en dat hij simpelweg zou hebben gekopieerd vanuit het Oude Testament.

De overeenkomsten tussen de twee, geven een gemeenschappelijke bron aan, dat is n echte God en de continuering van het monothesme, en niet dat de latere Profeten allemaal gekopieerd hebben van de vorige Profeten.

Als iemand iets overschrijft tijdens een examen, dan zou hij zeker niet aangeven dat hij het heeft gekopieerd van zijn buurman of meneer xyz. Profeet Mohammed (saws) gaf veel respect en krediet aan alle vorige Profeten (as). De Qoer'aan vermeldt ook diverse openbaringen die zijn gegeven door God de Almachtige aan verschillende Profeten.

9. MOSLIMS GELOVEN IN DE TAURAH, PSALMEN(ZABOOR), INJIEL (EVANGELIËN-BIJBEL) EN DE QOER'AAN.

Vier openbaringen van Allah, staan met naam vermeld in de Qoer'aan: de Taurah, de Zaboor, de Injiel en de Qoer'aan.

Taurah, de openbaring die is gegeven aan Moesa (as) (Mozes)

Zaboor, de openbaring die is gegeven aan Dawood (as) (David)

Injiel, de openbaring die is gegeven aan Isa (as) (Jezus)

'Al-Qoer'aan', de laatste en finale openbaring die is gegeven aan de laatste en finale Boodschapper Mohammed (saws).

Het is een onderdeel van het geloof voor elke Moslim om te geloven in alle Profeten van God en in alle openbaringen van God. Maar, de Bijbel van deze tijd, heeft de eerste vijf boeken van het Oude Testament toegeschreven aan Mozes en de Psalmen worden toegeschreven aan David. Bovendien, het Nieuwe Testament of de vier Evangelin van het Nieuwe Testament zijn niet de Taurah, de Zaboor of de Injiel, waar de Qoer'aan naar refereert. Deze boeken van de tegenwoordige Bijbel, bevatten gedeeltelijk het woord van God, maar deze boeken zijn zeker niet de exacte, accurate en complete openbaringen die zijn gegeven aan de Profeten.

De Qoer'aan presenteert al deze verschillende profeten van Allah, als dat ze behoren tot eenzelfde broederschap. Ze hadden allemaal dezelfde profetische missie en dezelfde basisboodschap. Hierdoor kunnen de fundamentele leerstellingen van de grote religies elkaar niet tegenspreken, zelfs al zat er een heel groot tijdbestek tussen de verschillende profetische missies, want de bron van deze missies was n: God de Almachtige, Allah. Dit is waarom de Qoer'aan zegt dat de verschillen tussen de diverse religies niet de verantwoordelijkheid zijn van de profeten, maar van de volgelingen van deze profeten, die een deel zijn vergeten van wat ze hadden geleerd en bovendien de geschriften verkeerd interpreteerden en veranderden. De Qoer'aan kan daarom niet worden gezien als een geschrift die in strijd is met de leerstellingen van Mozes, Jezus en andere profeten. In tegendeel, het bevestigt, maakt compleet en voltooid de boodschappen die zij naar hun volk brachten.

Een andere naam voor de Qoer'aan is de 'Furqan', dat betekent het criterium om goed van slecht te onderscheiden. En het is op basis van de Qoer'aan waarmee we kunnen ontcijferen welke delen van de vroegere geschriften kunnen worden gezien als het woord van God.

10.WETENSCHAPPELIJKE VERGELIJKING TUSSEN DE QOER'AAN EN DE BIJBEL

Als je Bijbel en de Qoer'aan vluchtig door kijkt dan zou je diverse punten kunnen vinden die exact hetzelfde lijken in beiden, maar wanneer je ze van dichtbij analyseert, dan zou jij je realiseren dat er een groot verschil is tussen hen. Alleen gebaseerd op historische details is het moeilijk voor iemand die noch vertrouwd is met het christendom noch met de Islam, om te komen tot een goede beslissing welke van de twee geschriften de waarheid is. Maar als je de relevante passages uit beide geschriften zou verifiren met wetenschappelijke kennis, dan zou je zelf de waarheid gaan realiseren.

a. Schepping van het Universum in zes dagen

Zoals, volgens de Bijbel, in het eerste boek van Genesis in hoofdstuk n, het universum is geschapen in zes dagen en elke dag is gedefinieerd als een 24-uurs periode. Alhoewel er ook in de Qoer'aan staat vermeld dat het universum was geschapen in zes 'Ayyaams', 'Ayyaam' is het meervoud van yawm; dit woord heeft twee betekenissen. De eerste, het betekent een standaard 24-uurs periode (een dag), een ten tweede, betekent het ook een periode, stadium of tijdvak die een heel lange periode beslaat. Wanneer de Qoer'aan vermeld dat het universum is geschapen in zes 'Ayyaams', verwijst het naar de schepping van de hemelen en de aarde in zes lange periodes of tijdvakken; wetenschappers hebben geen probleem met deze verklaring. De schepping van het universum heeft biljoenen jaren gekost, dat bewijst de fout of tegenstelling in het concept van de Bijbel, die zegt dat de schepping van het universum zes dagen van 24 uur in beslag nam.

b. De zon is geschapen nadat de dag was geschapen.

De Bijbel zegt in hoofdstuk 1, verzen 3-5 van Genesis dat het fenomeen dag en nacht was geschapen op de eerste dag van de schepping van het universum door God. Het licht dat circuleert in het universum in een resultaat van een ingewikkelde reactie in de sterren; deze sterren waren geschapen, volgens de Bijbel (Genesis, hoofdstuk 1, vers 14 tot 19) op de vierde dag. Het is onlogisch om te vermelden dat het resultaat, dat is het licht (het fenomeen van dag en nacht) was geschapen op de eerste dag van de Schepping, terwijl de oorzaak of bron van het licht drie dagen later was geschapen. Bovendien het bestaan van de avond en de morgen als onderdelen van een dag is alleen maar mogelijk, na de schepping van de aarde en zijn rotatie om de zon. In contrast met de Bijbel, geeft de Qoer'aan geen onwetenschappelijke feiten met betrekking tot de Schepping. Dus het is absoluut absurd om te zeggen dat de Profeet Mohammed (saws) de passages met betrekking tot de Schepping van het universum heeft gekopieerd uit de Bijbel, maar deze onlogische en fantasievolle episode van de Bijbel over het hoofd heeft gezien.

c. De Schepping van de Zon, de Aarde en de Maan.

Volgens de Bijbel, Boek van Genesis, hoofdstuk 1, vers 9 tot 13, is de aarde geschapen op de derde dag, en zoals staat in de verzen 14 tot 19, zijn de zon en de maan geschapen op de vierde dag. De aarde en de maan komen, zoals we weten, voort uit hun originele ster, de Zon. Dus om de schepping van de zon en de maan na de schepping van de aarde te plaatsten is tegenstrijdig met het vastgestelde (bewezen) idee van de formatie van het zonnestelsel.

d. De Vegetatie (plantengroei) is geschapen op de derde dag en de Zon op de vierde dag.

Volgens de Bijbel, Boek van Genesis, hoofdstuk 1, verzen 11-13, is de vegetatie geschapen op de derde dag samen met de grassen, planten en bomen; en verder in de verzen 14-19, staat dat de zon is geschapen op de vierde dag. Hoe is het wetenschappelijk mogelijk voor vegetatie om te verschijnen, zonder de aanwezigheid van de zon (zoals staat in de Bijbel).

Als de Profeet Mohammed (saws) inderdaad de schrijver was van de Qoer'aan en deze heeft gekopieerd van de Bijbel, hoe kreeg hij het dan voor elkaar om de feitelijke fouten die de Bijbel heeft te ontwijken. De Qoer'aan bevat geen enkele verklaring die tegenstrijdig is met wetenschappelijke feiten.

e. De Zon en de Maan zenden beiden licht uit.

Volgens de Bijbel stralen zowel de zon als de maan hun eigen licht uit. In het Boek van Genesis, hoofdstuk 1, vers 16, wordt gezegd,"God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren."

De wetenschap verteld ons vandaag de dag dat de maan niet zijn eigen licht heeft. Dat bevestigt het Qoer'anische concept, dat het licht van de maan een reflecterend licht is. Om te denken dat 1400 jaar geleden, de Profeet Mohammed (saws) deze wetenschappelijke feiten in de Bijbel corrigeerde, en daarna zulke gecorrigeerde passages overnam in de Qoer'aan, is het denken aan iets wat onmogelijk is.

11.ADAM (AS), DE EERSTE MAN OP DE AARDE, LEEFDE 5800 JAAR GELEDEN.

Volgens de stamboom van Jezus Christus (as), die wordt weergegeven in de Bijbel, van Jezus door Abraham (as) tot de eerste man op de aarde (Adam, as), verscheen Adam ongeveer 5800 jaar geleden op de aarde:

i. 1948 jaar tussen Adam (as) en Abraham (as)

ii. Ongeveer 1800 jaar tussen Abraham (as) en Jezus (as)

iii. 2000 jaar vanaf Jezus (as) tot vandaag de dag.

Deze getallen worden nog verder verward, door het feit dat de Joodse kalender nu ongeveer 5800 jaar oud is.

Er is genoeg bewijs van archeologen en anthropologische bronnen om aan te nemen dat de eerste mens reeds tienduizenden jaren geleden op de aarde aanwezig was, en niet 5800 jaar geleden, zoals wordt gezegd in de Bijbel.

De Qoer'aan spreekt ook over Adam (as) als zijnde de eerste mens op de aarde, maar het geeft geen enkele datum of periode van zijn leven op de aarde - in tegenstelling tot de Bijbel. Wat de Bijbel zegt met betrekking tot dit onderwerp is totaal tegenstrijdig met de wetenschap.

12.NOAH (AS) EN DE VLOED

De Bijbelse beschrijving van de vloed, in Genesis hoofdstuk 6, 7 en 8, indiceert dat de overstroming universeel was en alles wat op de aarde leefde vernietigde, behalve degenen die met Noah (as) in de de ark waren. De beschrijving suggereert dat de vloed plaats vond, ongeveer 1656 jaar na de schepping van Adam (as), of 292 jaar voor de geboorte van Abraham (as), Noah was destijds 600 jaar oud. Dus de vloed kan hebben plaatsgevonden in de 21ste of 22ste eeuw voor Christus.

Het verhaal van de vloed, zoals het wordt verteld in Bijbel, spreekt het wetenschappelijke bewijs van archeologische bronnen tegen, die aangeven dat de 11de dynastie in Egypte en de derde dynastie in Babyloni bestonden zonder enige onderbreking in de samenleving en op een manier die totaal niet was geraakt door een grote calamiteit, die zou hebben plaatsgevonden in de 21ste eeuw voor Christus. Dit spreekt het Bijbelse verhaal tegen dat de gehele wereld onder water heeft gestaan.

In tegenstelling hiermee, spreekt de Qoer'anische versie van het verhaal van de vloed van Noah (as) geen wetenschappelijke feiten of archeologische data tegen; ten eerste, de Qoer'aan geeft geen specifieke data of jaar aan waarop het zou moeten hebben plaatsgevonden, en ten tweede, volgens de Qoer'aan was de vloed geen universeel gebeuren, dat het gehele leven op de aarde vernietigde. Het is zelfs zo dat de Qoer'aan specifiek aangeeft dat de vloed een lokaal gebeuren was, waar alleen het volk van Noah (as) bij betrokken was.

Het is onlogisch om aan te nemen dat de Profeet Mohammed (saws), het verhaal van Noah heeft geleend van de Bijbel en vervolgens de fouten corrigeerde, voordat hij het in de Qoer'aan vermeldde.

13. HET VERHAAL VAN MOZES (AS) EN FARAO OVER DE UITTOCHT

Het verhaal van Mozes (as) en de Farao lijken veel op elkaar in de Qoer'aan en de Bijbel. Beide geschriften zijn het eens dat Farao verdronk toen hij Mozes (as) achtervolgde, terwijl hij (Mozes, as) de Isralieten door de zee leidde, die voor hen opzij ging. De Qoer'aan geeft een extra stuk informatie in Surah Yunus, hoofdstuk 10, vers 92:

"En op deze dag redden Wij jouw lichaam, opdat jij een Teken zult zijn voor hen die na jou komen. En voorwaar, velen van de mensen zijn achteloos tegenover Onze Tekenen." [Qoer'aan 10:92]

Dr. Maurice Bucaille bewees, na een grondig onderzoek dat, alhoewel Rameses II bekend stond dat hij de Israelieten vervolgde volgens de Bijbel, hij stierf terwijl Mozes (as) zijn toevlucht zocht in Median. Zijn zoon Merneptah, die hem opvolgde als Faraoh verdronk gedurende de uitdrijving van de Isralieten. In 1898, is het gemummificeerde lichaam van Merneptah gevonden in de vallei van de Koningen in Egypte. In 1975, kreeg Dr. Maurice Bucaille, samen met andere doktoren toestemming om de Mummie van Merneptah te onderzoeken. De bevindingen bewezen dat Merneptah waarschijnlijk is gestorven door verdrinking of een grote shock die onmiddellijk is voorafgegaan aan het moment van verdrinking. Dus het Qoer'anische vers, dat Ze zijn lichaam zouden redden als een teken, is uitgekomen doordat het lichaam van de Farao is bewaard in de Royal Mummies Chamber in het Egyptische Museum in Cairo.

Het vers van de Qoer'aan leidde ertoe dat Dr. Maurice Bucaille, die toen een Christen was, de Qoer'aan ging besturen. Hij schreef later een boek 'De Bijbel, de Qoer'aan en Wetenschap', en gaf toe dat de Auteur van de Qoer'aan niemand anders kan zijn dan God Zelf. Dus hij omarmde de Islam en werd een Moslim.

14. DE QOER'AAN IS EEN BOEK VAN ALLAH

Deze bewijzen zouden voldoende moeten zijn om te concluderen dat de Qoer'aan niet is gekopieerd van de Bijbel, maar dat de Qoer'aan de Furqaan is 'het Criterium', waarmee goed van slecht kan worden onderscheiden en het zou moeten worden gebruikt om te ontcijferen van welk deel van de Bijbel mag worden aangenomen dat het het woord van God is.

De Qoer'aan zelf getuigt in Surah Sajda, hoofdstuk 32, vers 1 tot 3

"Alif Laam Meem. De neerzending van het Boek, waaraan geen twijfel is, is van de Heer der Werelden. Zij zeggen zelfs:'Hij (Mohammed) heeft hem verzonnen" Nee! Het is de Waarheid van jouw Heer, zodat jij een volk waarschuwt, tot wie voor jou geen waarschuwer is gekomen. Hopelijk zullen zij Leiding volgen."

[Qoer'aan 32:1-3]